Bob Evers B20 - Lotgevallen rond een locomotief

Bob schakelde in en de twaalfcilinder Lincoln trok weg met een donkere zoef van zijn oude, maar nog steeds soepele motor.
„Brave Lincoln,” zei Arie en streelde de bovenkant van het rechterportier.
„Ik heb zin om een avontuurlijk lied te zingen.”
„Wat voor lied?”
„Het lied van de Amerikaanse Mariniers of zoiets...”
Bob begon rauw te brullen:

From the halls of Montezu... huma
to the shores of Tripolis...
we ll fight our nations ba-hattles
on the shores and on the seas...”

De stoplichten op Sunset Boulevard sprongen op rood. Bob trapte op de rem. Naast hem stopte een lange, open
Studebaker. Vóórin zaten, naast elkaar, een jongeman met een slappe hoed en een meisje met zwarte krullen. Zij
sperden allebei hun monden open en brulden het tweede couplet mee:

If the Army and the Na-ha-vy...”

Binnen tien tellen stonden zes kerels op het trottoir mee te brullen en achter hen hing een rood hoofd uit een portier. Het rauwe gezang bruiste Sunset Boulevard af. De stoplichten sprongen op groen. Het gezang hield op dezelfde seconde op en alle auto’s sprongen voorwaarts.
„Vreemd volk,” vond Arie en zette de radio aan. Het toestel had enkele tellen nodig om warm te worden. Dan spoot uit de luidspreker een rauwe zang te voorschijn:

From the Halls of Montezu-hu-ma…
to the shores of Tripolis...”

De drie jongens barstten in luid gelach uit.