Na verloop van tijd werden de zenders steeds professioneler. Niet meer een 2N2219a of een Stentor direct aan de antenne, maar een stabiele oscillator met de BF900 in een apart kastje, gevolgd door buffertrapjes met daarin torren als 2N918, 2N2219, 2N3866, 2N4427 of de 2N3553. Als eindtrap diende een BLY print met daarop (in mijn geval) een BLY87 want hoger dan 10 Watt ben ik nooit gegaan. Hopelijk werden op deze manier de harmonischen ook beter gefilterd, maar of dat ook echt zo was konden we niet meten omdat we daarvoor de apparatuur niet hadden.

De printjes maakte ik op de MTS of maakten we gezellig bij Mark B. in de keuken. Martin S. (MWS Productions) had een belichtingsbak gemaakt waar wij dankbaar gebruik van maakten.

Via Ben B. (de Satelliet) kreeg ik een schema van een buizenzender met de ECC85. Ook deze zender werd natuurlijk nagebouwd. Eerst als prototype...

...en later netjes in een kastje...

...maar een succes is dit nooit geworden. Omdat ik de voedingsspanning aftapte van een oude Philips Plano buizenradio bromde het steeds, ook de frequentie fond ik niet fijn in te stellen. Ben heeft mij dat schema destijds via de radio uitgelegd, op de manier van: „Teken een Noval buisvoet. Teken dan vanaf  2 een weerstand van 15K naar massa, en vanaf pin 7 ook. Teken dan een 30pF trimmer tussen pin 1 en 6" haha! En dan het oranje buizen handboek erbij natuurlijk.


Toen ik deze zender ging bouwen kwam ik wel enkele onderdelen tekort, dus op een zaterdag stapte ik de winkel van Wim Geldhof binnen en gaf mijn bestelling op: „Een varicap, twee weerstanden van zoveel Ohm, en twee condensatoren van zoveel pF”. Valt hij mij in de rede en vraagt: „Zeg, jij gaat toch geen zendertje bouwen hè?”

Ik bouwde voor deze zender ook nog een eindtrap met een QQE03/12, maar omdat ik telkens de buizenradio moest neerzetten die als hoogspanningsvoeding dienst deed heb ik niet echt lang met deze spullen uitgezonden. De trafo en de elco's op de foto hieronder komen van Natasha dump, hier wilde ik een losse voeding mee maken voor de buizenzender & eindtrap maar dat is nooit wat geworden. Transistorzenders vond ik toch een stuk handiger.

Doordat de apparatuur en de antennes dus steeds beter werden konden we duplexen zonder dat je de hele FM band dichtdrukte en je alleen maar jezelf hoorde, of alleen maar ruis over de hele band. Deze manier van verbindingen maken deden we met twee, drie of vier stations tegelijk. Iedereen stuurde elkaar door en zolang niemand het audiosignaal te hard instuurde ging dat best goed. 's Middags zette een van ons zijn 27 Mc bakkie aan voor het contact met luisteraars uit de buurt en 's nachts mengde iemand het signaal van Hilversum 1 erbij. (Hilversum 3 ging in die tijd 's nachts na het volkslied uit de lucht). Op die manier deden we met z'n allen mee met programma's als de Stemband met Kees Schilperoort met zijn beroemde „We hebben honderd gulden in kas, met de volgende stem op de band". Vaak liepen deze duplexverbindingen tot diep in de nacht door.


De nachtprogrammering uit die tijd:

Maandag: AVRO Nachtdienst / Easy Listening
Dinsdag: VARA Nachtkluis? / Elpee tuin / Groot licht
Woensdag: NCRV Volgspot / Metropolis / Nachtexpress
Donderdag: EO Country / Muziek motief of VPRO Rust Zacht / Nachtleven
Vrijdag: Veronica Oh wat een Nacht / Ook goeiemorgen
Zaterdag: KRO Oogluik / Niemandsland
Zondag: TROS Nachtwacht / Aflossing vd Nachtwacht / Krieken met Adje