Balun

Het aansluiten van de (ongebalanceerde) coax op de (gebalanceerde) dipool gebeurde meestal niet zoals het hoorde. Meestal ging de kern naar de ene en de afscherming naar de andere kant van de dipool. Eigenlijk moest dat met een balun, maar daar hadden we nog nooit van gehoord. Het trafootje wat standaard in het aansluitkastje van de dipool zat hadden we er natuurlijk al lang uitgesloopt. We wisten niet waar het voor diende, en we dachten dat het alleen maar verliezen zou geven.

Impedantietrafo

Bijna iedereen had daarom last van brom door terugwerking. Hoogfrequent inslag noemden we dat. Je moest de antennekabel op een bepaalde manier neerleggen (of oprollen) om dat te voorkomen. Later kwamen er wel balun's bij de antenne te hangen. Een 4:1 balun voor een gesloten dipool en een 1:1 balun voor een open dipool.

Door te kijken op een SWR Powermeter kon je je zender een beetje op de antenne afregelen, en kon je ook het vermogen aflezen. Hoe verder de wijzer op de meter uitsloeg, hoe meer power je had, toch? Dat het bereik van zo'n goedkope meter boven de 30 MHz steeds onnauwkeuriger werd daar hadden wij geen benul van, hierdoor leek het alsof je 1,3 Watt uit een 2n2219 kon halen.

Wat trouwens ook wel gebruikt werd om een indicatie van je vermogen te bepalen was een simpele veldsterktemeter. Dat was een schakelingetje met een diode en een condensator, die je dan op je multimeter kon aansluiten.