Bob Evers B26

De dikke Arie, alleen in de Kleine Rookkamer, had Jan Prins opgedragen, spoorslags naar Den Haag terug te keren, daarna de portier gezegd, alle binnenstromende trombones te accepteren en naar boven te laten brengen en vond het nu welletjes. Hij wilde nu wel eens wat goede muziek horen.
Hij verliet de Rookkamer, stond in de betonnen gang even links en rechts te kijken en ging dan links, op het geluid af. Dat geluid bestond uit „The Basin Street Blues”, gespeeld in langzaam tempo. De dikkerd koos eenmaal de verkeerde weg bij een splitsing van gangen, maar bemerkte dat alras doordat de muziek zwakker werd, keerde dus om, ging een trapje van tien treden af en kwam via een openstaande, stalen deur geheel onverwacht uit tussen een chaotische wirwar van kabels, touwwerk, tegen de wand leunende coulissen en een enkele ruw-houten tafel met losse kledingstukken erop gegooid. De muziek klonk hier zeer luid, want hij was achter de coulissen van het toneel terecht gekomen.